Wreedheid wordt als zodanig door slachtoffer en bedrijver gelijktijdig herkend, door allen die er op welke afstand ook van horen. Wreedheid heeft geen excuses, geen verzachtende omstandigheden. Wreedheid brengt nimmer het verleden in evenwicht, noch maakt het dit goed. Wreedheid wapent slechts de toekomst voor meer wreedheid. Het houdt zichzelf in standa een barbaarse vorm van bloedschande. Degene die wreedheid begaat, begaat ook al die toekomstige wreedheden die zodoende ontstaan.

De apocriefe boeken van Muad'Dib

A

Even na het middaguur, toen de menigte pelgrims was weggewandeld om zich te verfrissen in elke verkoeling brengende schaduw en lafenisbron die ze maar konden vinden, betrad de Prediker het grote plein voor de Tempel van Alia. Hij kwam aan de arm van zijn surrogaatogen, de jonge Assan Tariq. In een zak onder zijn wapperende mantel droeg de Prediker het zwart gazen masker dat hij op Salusa Secundus had gedragen. Hij vond het vermakelijk dat het masker en de jongen hetzelfde doel diendenavermomming. Zolang hij surrogaatogen nodig had, bleef de twijfel leven.

Laat de mythe sterker worden, maar hou de twijfel in leven, dacht hij.

Niemand mocht ontdekken dat het masker slechts een stukje stof was en helemaal geen Ixiaans product. Zijn hand mocht niet van de schonkige schouder van Assan Tariq glijden. Als de Prediker met zijn lege oogkassen ook maar A(c)A(c)n keer liep alsof hij kon zien, zou alle twijfel verdwijnen. De geringe hoop die hij koesterde zou sterven. Elke dag bad hij om een verandering, iets dat verschilde zodat hij erover zou struikelen, maar zelfs Salusa Secundus was een kiezelsteen geweest, elk aspect ervan bekend. Niets veranderde; niets kon veranderd worden... nog niet.

Veel mensen zagen hem langs de winkels en overkapte galerijen wandelen, ze zagen de manier waarop hij zijn hoofd van links naar rechts draaide en het op een deuropening of een mens gericht hield. De bewegingen van zijn hoofd waren niet altijd natuurlijk voor een blinde en dat droeg bij aan de groeiende mythe.

Alia keek toe vanuit een geheime spleet in de gekanteelde toren van haar tempel. Ze zocht op dat gehavende gelaat daar beneden naar een tekenaeen teken dat haar zekerheid zou verschaffen over de identiteit ervan. Elk gerucht werd aan haar doorgegeven. En elk nieuw gerucht bracht angstige opwinding mee.

Ze dacht dat haar bevel de Prediker gevangen te nemen geheim zou blijven, maar ook dat kwam nu bij haar terug als gerucht.

Zelfs onder haar lijfwacht waren er enkelen die niet konden zwijgen. Ze hoopte nu dat de lijfwacht haar nieuwe bevel zou opvolgen en dit door een mantel omhulde geheim niet zou oppakken in het openbaar waar men het zou kunnen zien en doorvertellen.

Het was stoffig heet op het plein. De jonge gids van de Prediker had de sluier van zijn mantel over zijn neus getrokken, zodat alleen de donkere ogen en een smal randje van zijn voorhoofd zichtbaar waren. Onder de sluier zag je een bobbel van de vang-buis van een stilpak. Dit vertelde Alia dat ze uit de woestijn kwamen. Waar hielden ze zich daar schuil?

De Prediker droeg geen sluier om zich tegen de verschroeiende lucht te beschermen. Hij had zelfs de vangbuisflap van zijn stilpak laten zakken. Zijn gezicht was onbeschermd tegen het zonlicht en de zinderende hitte die in zichtbare golven opsteeg van het plaveisel van het plein.

Op de trap van de Tempel stond een groepje van negen pelgrims die hun afscheidsbuiging maakten. Op het beschaduwde deel van het plein bevonden zich misschien nog eens vijftig personen, voornamelijk pelgrims die zich wijdden aan de verschillende penitenties die hun door de priesters waren opgedragen. Tussen de toeschouwers zag ze boodschappers en enkele kooplieden die nog niet genoeg verkocht hadden om tijdens de ergste hitte van de dag hun handel stil te leggen.

Terwijl ze door de open spleet toekeek voelde Alia de overweldigende hitte en ze wist dat ze gevangen zat tussen denken en ervaren, zoals ze haar broer zo vaak gevangen had zien zitten. De verleiding in haar binnenste te rade te gaan weerklonk als een hevig gezoem in haar hoofd. Daar was de Baron: plichtsgetrouw, maar altijd klaar om haar angsten te bespelen als redelijke argumenten niet slaagden, en de dingen om haar heen verloren hun zin van verleden, heden en toekomst.

En als het Paul is daar beneden, wat dan? vroeg ze zich af.

'Onzin!' zei de stem in haar binnenste.

Maar aan de rapporten over de woorden van de Prediker viel niet te twijfelen. Ketterij! Ze werd doodsbang bij de gedachte dat Paul zelf het hele bouwsel dat was gefundeerd op zijn naam zou kunnen doen instorten.

Waarom niet?

Ze dacht aan wat ze die zelfde morgen nog in de Raad had gezegd toen ze gemeen uitviel tegen Irulan, die had aangedrongen op het aannemen van het geschenk, de kleding aangeboden door het Geslacht Corrino.

'Alle geschenken aan de tweeling zullen zoals altijd grondig onderzocht worden,' had Irulan aangevoerd.

'En als blijkt dat het geschenk ongevaarlijk is?' had Alia uitgeroepen.

Op een of andere manier was dat het meest angstige van alles: bemerken dat er geen dreiging achter het geschenk stak.

Uiteindelijk hadden ze de mooie kleren aangenomen en waren ze verder gegaan met een andere kwestie: Moest Vrouwe Jessica een zetel in de Raad krijgen? Alia had de stemming weten uit te stellen.

Daaraan dacht ze toen ze omlaag staarde naar de Prediker.

Dingen zoals deze, die haar regentschap nu overkwamen, leken wel op de onderkant van de verandering die ze deze planeet aandeden. Duin was eens het symbool geweest van de totale woestijnmacht. Die macht nam fysiek sterk af, maar de mythe over zijn macht groeide met gelijke snelheid aan. Alleen de oceaanwoestijn was nog over, de grote Moederwoestijn in de binnenlanden van de planeet, met zijn rand van doornstruiken die door Vrijmans nog steeds Koningin van de Nacht werden genoemd. Achter de doornstruiken verrezen zachtgroene heuvels die glooiend naar het zand afliepen. Alle heuvels waren door mensenhanden vervaardigd. Elke heuvel was beplant door mensen die hadden gezwoegd als kruipende insecten. Het groen van die heuvels was bijna overweldigend voor iemand zoals Alia die was opgegroeid in de traditie van kakikleurig zand. In haar gedachten hield de oceaanwoestijn, net als in de gedachten van alle Vrijmans, Duin nog steeds in een greep die nooit losser zou worden. Ze hoefde haar ogen maar dicht te doen om die woestijn te zien.

Als je nu aan de rand van de woestijn je ogen opendeed, zag je groene heuvels en moerasslijm dat zijn tentakels uitstrekte naar het zandamaar de andere woestijn bleef even machtig als altijd.

Alia schudde haar hoofd en staarde naar de Prediker.

Hij was over de trap onder de Tempel naar het eerste trapportaal gelopen en draaide zich nu met zijn gezicht naar het bijna verlaten plein. Alia drukte de knop naast haar kijkgat in die de stemmen van beneden versterkte. Ze werd overspoeld door een golf van zelfmedelijden toen ze zichzelf hier in haar eenzaamheid zag. Wie kon ze vertrouwen? Zij had gedacht dat Stilgar nog betrouwbaar was, maar Stilgar was aangestoken door deze blinde man.

'Weet je hoe hij telt?' had Stilgar haar gevraagd. aIk hoorde hem munten uittellen toen hij zijn gids betaalde. Het klinkt erg vreemd in mijn Vrijmanse oren en dat is iets verschrikkelijks. Hij telt 'shuc, ishcai, qimsa, chuascu, picha, sucta en zo verder. Zulk tellen heb ik niet meer gehoord sinds de oude dagen in de woestijn.'

Daardoor wist Alia dat ze Stilgar niet kon uitsturen om het zaakje dat gebeuren moest op te knappen. En ze moest met haar lijfwacht omzichtig te werk gaan omdat die de neiging had ook maar de geringste nadruk van het regentschap als een absoluut bevel op te vatten.

Wat deed hij hier beneden, die Prediker?

De omringende markt bood onder zijn beschuttende baldakijnen en overdekte zuilengalerijen nog een vrolijke aanblik: koopwaar die nog uitgestald lag met een paar jongens erbij om erop te passen. Enkele kooplieden waren daar wakker gebleven omdat ze nog aasden op speciewafelgeld van het achterland of het gerammel in de beurs van een pelgrim.

Alia bestudeerde de rug van de Prediker. Hij leek op het punt te staan om te gaan spreken, maar er was iets dat zijn stem tegenhield.

Waarom sta ik hier naar dat oude wrak te kijken? vroeg ze zich af. Dat sterfelijke wrak kan nooit het "Schip der heerlijkheid" zijn dat mijn broeder eens was.

Aan woede grenzende frustratie vervulde haar. Hoe kon ze zekerheid krijgen omtrent de Prediker, hoe kon ze iets te weten komen zonder het te weten te komen? Ze zat in de val. Ze durfde niet meer dan een vluchtige belangstelling voor deze ketter te tonen.

Irulan voelde dat. Zij had haar beroemde Bene Gesserit beheersing verloren en had in de Raad geschreeuwd: 'We zijn het vermogen kwijt om iets goeds van onszelf te denken!'

Zelfs Stilgar was daardoor geschokt.

Javid had hen weer bij zinnen gebracht. 'We hebben geen tijd voor zulke onzin!'

Javid had gelijk. Wat maakte het uit hoe ze over zichzelf dachten? Het enige wat hun aanging was het behouden van de Keizerlijke macht.

A

Maar Irulan die haar beheersing terughad, was op nog vernietigender wijze doorgegaan: 'Ik zeg jullie dat we iets van levensbelang zijn kwijtgeraakt. Toen we dat kwijtraakten, verloren we tegelijk ons vermogen om beslissingen te nemen. We storten ons dezer dagen op beslissingen zoals we ons op de vijand stortenaof we wachten en wachten, wat een vorm van opgeven is en we laten ons door de beslissingen van anderen sturen. Zijn we vergeten dat wij degenen waren die de dingen in beweging zetten?'

En dat allemaal over de vraag of ze een geschenk van het Geslacht Corrino zouden aanvaarden.

Irulan moet uit de weg geruimd, besloot Alia.

Waar stond die oude man daar beneden op te wachten? Hij noemde zich een prediker. Waarom predikte hij niet?

Irulan zat ernaast wat hun beslissingen betrof, hield Alia zichzelf voor. Ik kan nog steeds goede beslissingen nemen! De persoon die beslissingen over leven of dood moest nemen, moest beslissingen nemen of gevangen blijven in de slingerbeweging. Paul had altijd gezegd dat onveranderlijkheid van alle onnatuurlijke dingen het meest gevaarlijk was. De enige bestendigheid was vloeiend. Verandering was het enige waar het op aan kwam.

Ik zal ze verandering laten zien! dacht Alia.

De Prediker hief zijn armen in een zegenend gebaar.

Enkele van de mensen die nog op het plein waren, kwamen dichterbij en Alia merkte op hoe traag dat gebeurde. Ja, de geruchten dat de Prediker Alia's ergernis had opgewekt, deden de ronde. Ze boog zich dichter naar de Ixiaanse luidspreker naast haar kijkspleet. De luidspreker bracht haar het geroezemoes van de mensen op het plein, het geluid van de wind en het geknars van voeten op zand.

'Ik breng u vier boodschappen!' zei de Prediker.

Zijn stem schalde uit Alia's luidspreker. Ze zette hem wat zachter.

'Elke boodschap is voor een bepaald persoon,' zei de Prediker. 'De eerste boodschap is voor Alia, de suzereine van dit oord.' Hij wees achter zich naar haar kijkspleet. 'Ik breng haar een waarschuwing: Jij, die het geheim van de eeuwigheid in je lendenen droeg, hebt je toekomst verkocht voor een lege beurs!'

Hoe durft hij! dacht Alia. Maar zijn woorden verkilden haar.

'Mijn tweede boodschap,' zei de Prediker, 'is voor Stilgar, de Vrijmanse Naib, die gelooft dat hij de macht van de stammen kan vertalen in de macht van het Rijk. Mijn waarschuwing aan jou, Stilgar: De meest gevaarlijke van alle scheppingen is een strakke ethische code. Die zal zich tegen je keren en je in ballingschap drijven!'

Hij is te ver gegaan! dacht Alia. Ik moet de lijfwacht op hem afsturen, wat de gevolgen ook zijn. Maar haar handen bleven langs haar zijden hangen.

De Prediker draaide zich met zijn gezicht naar de Tempel, beklom de tweede trap en keek de menigte wederom aan en aldoor hield hij zijn linkerhand op de schouder van zijn gids. Nu riep hij: 'Mijn derde boodschap is voor Prinses Irulan. Prinses! Vernedering is iets dat geen mens kan vergeten. Ik raad je aan om te vluchten!'

Wat zegt hij nu? vroeg Alia zich af. Wij vernederden Irulan, maar... Waarom raad hij haar aan om te vluchten? Ik heb mijn beslissing nog maar net genomen! Alia huiverde van angst. Hoe wist de Prediker dat?

'Mijn vierde boodschap is voor Duncan Idaho,' schreeuwde hij. 'Duncan! Er is jou geleerd dat je met trouw trouw koopt. Ohh, Duncan, geloof niet in geschiedenis, want geschiedenis wordt voortgedreven door al wat voor geld doorgaat. Duncan! Bedrieg de bedriegster en doe wat jij het beste kunt.'

Alia kauwde op de rug van haar rechterhand. Bedriegster! Ze wilde haar arm uitstrekken en de knop indrukken die de wacht zou oproepen, maar haar hand weigerde zich te bewegen.

'Nu zal ik voor u preken,' zei de Prediker. 'Dit is een preek van de woestijn. Ik richt hem tot de oren van de priesters van Muad'Dib, degenen die de eucumene van het zwaard beoefenen. Ohhh, gij gelovers in geopenbaarde bestemming! Weet gij niet dat geopenbaarde bestemming haar duivelse kant heeft? Gij roept dat ge uzelf verheven acht door het feit alleen dat ge geleefd hebt in de gezegende generaties van Muad'Dib. Voorwaar, ik zeg u dat gij Muad'Dib hebt verlaten. Heiligheid heeft in uw godsdienst de plaats van de liefde ingenomen! Gij vraagt om wraak van de woestijn!'

De Prediker liet zijn hoofd hangen alsof hij bad.

Alia voelde dat ze huiverde, zo gespannen was ze. Grote goden! Die stem! Hij was gebarsten door jaren op de brandende zandvlakten, maar het kon een overblijfsel zijn van Pauls stem.

Weer hief de Prediker zijn hoofd op. Zijn stem galmde over het plein waar zich nu meer mensen verzameld hadden, aangetrokken door dit eigenaardige verschijnsel uit het verleden.

'Zo staat het geschreven!' schreeuwde de Prediker. 'Zij die aan de rand van de woestijn om dauw bidden zullen de zondvloed veroorzaken! Zij zullen hun lot niet kunnen ontlopen door hun verstandelijke vermogens! Verstand komt voort uit trots die een mens op deze manier niet zal kennen als hij kwaad heeft gedaan.' Hij ging zachter spreken. 'Men zei over Muad'Dib dat hij aan voorzienigheid is doodgegaan, dat zijn kennis van de toekomst hem ombracht en dat hij uit het heelal van de werkelijkheid is overgegaan naar het alam al-mythdl. Ik zeg jullie dat dit de illusie van Maya is. Zulke gedachten hebben geen onafhankelijk bestaan. Ze kunnen niet van je uitvliegen en echte dingen doen. Muad'Dib zei van zichzelf dat hij geen Rihani-toverij bezat waarmee hij het heelal kon ontcijferen. Twijfel niet aan hem.'

Weer hief de Prediker zijn armen en hij zette een geweldige stentorstem op. aIk waarschuw de priesters van Muad'Dib! Het vuur op de klippen zal jullie verteren! Zij die de les van zelfbedrog te goed leren zullen te gronde gaan door dat bedrog. Het bloed van een broeder kan niet weggewassen worden!'

Hij had zijn armen laten zakken, zijn jonge gids gevonden en verliet het plein al voor Alia zich kon losrukken uit de bevende bewegingloosheid die haar had bevangen. Wat een onbevreesde ketterij! Het moest Paul zijn. Ze moest haar wachten waarschuwen. Ze mochten niet openlijk tegen de Prediker optreden. De gebeurtenissen op het plein beneden bevestigden dit nog eens.

Ondanks zijn ketterij legde niemand de vertrekkende Prediker iets in de weg. Geen enkele Tempelwachter sprong op om hem na te zetten. Geen pelgrim probeerde hem tegen te houden. Die raadselachtige blinde man! Iedereen die hem zag of hoorde voelde zijn macht, de afspiegeling van goddelijke gaven.

Ondanks de hitte van de dag kreeg Alia het opeens koud. Ze voelde haar smalle greep op het Rijk als iets tastbaars. Ze greep de rand van haar kijkspleet beet alsof ze haar macht wilde vastklemmen en ze bedacht hoe broos die was. Het evenwicht tussen Landsraad, c h o a m en Vrijmanse wapens vormde de machtskern, terwijl het Ruimtegilde en de Bene Gesserit heimelijk in het duister werkten. Het verboden doorsijpelen van technologische ontwikkelingen die afkomstig waren uit de uithoeken van het door mensen bewoonde gebied, knabbelde aan de centrale macht.

Door toe te staan dat de Ixiaanse en Tleilaxu fabrieken meer producten fabriceerden was de druk niet op te heffen. En altijd stond daar tussen de coulissen Farad'n van het Geslacht Corrino, erfgenaam van titels en aanspraken van Shaddam i v.

Zonder de Vrijmans, zonder het monopolie op de geriatrische specie van het Geslacht Atreides, zou haar greep spoedig verslappen. Alle macht zou oplossen. Ze voelde het nu al tussen haar vingers doorglippen. De mensen luisterden naar deze Prediker. Het zou gevaarlijk zijn hem tot zwijgen te brengen; net zo gevaarlijk als hem te laten doorgaan met het prediken van zulke woorden zoals hij die vandaag over haar plein had geschreeuwd. Ze zag de eerste voortekenen van haar eigen nederlaag al en het patroon van het probleem stond haar duidelijk voor de geest. De Bene Gesserits hadden het probleem vastgelegd: 'Een grote bevolking die door een kleine, maar machtige groep wordt bedwongen is in ons heelal een heel gewone situatie. En wij kennen de belangrijkste omstandigheden waarin deze grote bevolking zich tegen zijn onderdrukkers zal kerena-

EA(c)n: Als ze een leider vinden. Dit is het ongrijpbare gevaar voor de machthebbers; zij moeten de leiders in bedwang houden.

Twee: Als de bevolking zich bewust wordt van zijn ketenen. Houd het volk blind en ongeA-nteresseerd.

Drie: Als de bevolking hoop krijgt aan de dwang te kunnen ontkomen. Ze moeten nooit zelfs maar gaan geloven dat ontkomen mogelijk is!'

Alia schudde haar hoofd en ze voelde haar wangen trillen, zo heftig was de beweging. Haar bevolking vertoonde alle verschijnselen. Elk verslag dat ze van haar spionnen door het hele Rijk verspreid ontving, bevestigde wat ze al met zekerheid wist. De niet aflatende oorlog van de Vrijmanse Jihad had overal zijn stempel achtergelaten. Waar 'de eucumene van het zwaard' gegaan was, hadden de mensen het gedrag van een onderworpen bevolking: defensief, heimelijk en ontwijkend. Alle blijken van gezagaen dat betekende in wezen godsdienstig gezagawerden onderhevig aan rancune. O, de pelgrims kwamen nog steeds bij drommen van miljoenen tegelijk en een aantal daarvan was waarschijnlijk heel vroom. Maar een pelgrimstocht werd toch in de meeste gevallen om andere redenen dan om vroomheid ondernomen. Meestal was het een handige verzekering voor de toekomst. Het benadrukte de gehoorzaamheid en schonk de pelgrim een vorm van reA

Alia kende het populaire raadsel: 'Wat zie je in de lege beurs, mee teruggebracht van Duin?' En het antwoord: 'De ogen van Muad'Dib (vuurdiamanten).'

De van oudsher gebruikelijke manieren om groeiende onrust tegen te gaan trokken in optocht door Alia's gedachten: je moest de mensen leren dat verzet altijd werd gestraft en dat meewerken met de heerser altijd beloond werd. De machtsgroepen in het Rijk moesten willekeurig verschoven worden. Belangrijke verlengstukken van de Keizerlijke macht moeten geheim blijven. Elke zet waarmee het regentschap een mogelijke aanval afsloeg vereiste een verfijnde timing om de tegenstanders uit hun evenwicht te houden.

Ben ik mijn gevoel voor timing kwijt? vroeg ze zich af.

'Wat zijn dit voor zinloze bespiegelingen?' vroeg een stem in haar binnenste. Ze voelde dat ze kalmer werd. Ja, het plan van de Baron was uitstekend. We ruimen de dreiging van de kant van Vrouwe Jessica uit de weg en brengen tegelijk het Geslacht Corrino in diskrediet. Ja.

Met de Prediker kon later wel afgerekend worden. Ze begreep zijn gedrag. De symboliek was duidelijk. Hij was de oude geest van ongebreidelde bespiegeling, de geest van tot leven gekomen ketterij die functioneerde in haar woestijn van rechtzinnigheid. Dat was zijn kracht. Het maakte niet uit of hij Paul was... zolang daarover maar twijfel bleef bestaan. Maar haar Bene Gesserit kennis vertelde Alia dat zijn kracht de sleutel tot zijn zwakke plek zou bevatten.

De Prediker heeft een gebrek dat we zullen vinden. Ik zal hem laten bespioneren, elke seconde in de gaten laten houden. Rn als de gelegenheid zich voordoet, zullen we hem te schande zetten.

Kinderen van Duin
titlepage.xhtml
Kinderen van Duin_split_000.htm
Kinderen van Duin_split_001.htm
Kinderen van Duin_split_002.htm
Kinderen van Duin_split_003.htm
Kinderen van Duin_split_004.htm
Kinderen van Duin_split_005.htm
Kinderen van Duin_split_006.htm
Kinderen van Duin_split_007.htm
Kinderen van Duin_split_008.htm
Kinderen van Duin_split_009.htm
Kinderen van Duin_split_010.htm
Kinderen van Duin_split_011.htm
Kinderen van Duin_split_012.htm
Kinderen van Duin_split_013.htm
Kinderen van Duin_split_014.htm
Kinderen van Duin_split_015.htm
Kinderen van Duin_split_016.htm
Kinderen van Duin_split_017.htm
Kinderen van Duin_split_018.htm
Kinderen van Duin_split_019.htm
Kinderen van Duin_split_020.htm
Kinderen van Duin_split_021.htm
Kinderen van Duin_split_022.htm
Kinderen van Duin_split_023.htm
Kinderen van Duin_split_024.htm
Kinderen van Duin_split_025.htm
Kinderen van Duin_split_026.htm
Kinderen van Duin_split_027.htm
Kinderen van Duin_split_028.htm
Kinderen van Duin_split_029.htm
Kinderen van Duin_split_030.htm
Kinderen van Duin_split_031.htm
Kinderen van Duin_split_032.htm
Kinderen van Duin_split_033.htm
Kinderen van Duin_split_034.htm
Kinderen van Duin_split_035.htm
Kinderen van Duin_split_036.htm
Kinderen van Duin_split_037.htm
Kinderen van Duin_split_038.htm
Kinderen van Duin_split_039.htm
Kinderen van Duin_split_040.htm
Kinderen van Duin_split_041.htm
Kinderen van Duin_split_042.htm
Kinderen van Duin_split_043.htm
Kinderen van Duin_split_044.htm
Kinderen van Duin_split_045.htm
Kinderen van Duin_split_046.htm
Kinderen van Duin_split_047.htm
Kinderen van Duin_split_048.htm
Kinderen van Duin_split_049.htm
Kinderen van Duin_split_050.htm
Kinderen van Duin_split_051.htm
Kinderen van Duin_split_052.htm